Ziekenhuisroutines

Ja, mijn beste, een ziekenhuis brengt avontuur. Het kan u verbazen, maar het is zo. Werkelijk. Laat ik u even overtuigen.

Neem nu het aankomen in het ziekenhuis. Je komt toe, er scheelt iets met uw lichaam dat u al schrik aanjaagt, komt daar ineens iemand af met 3 spuiten en een designer-gasmasker. Ik zeg u, daar schrikt ge wel even van, en dat ze u niets uitleggen helpt er ook niet aan. Want wie weet waarvoor die spuiten dienen? Infuus? Verdoving? Wie weet dient het masker wel om je te verdoven en uw borstkas open te zagen omdat er ik-weet-niet-wat gaande is binnenin. En dan zeggen ze “We gaan u even opnemen” Gij, nog overtuigd dat ge met dat aerosol-masker (zo bleek) weer in orde zijt en gewoon thuis uw hoestjen kunt uitzieken, zijt even niet zeker wat ze nu bedoelen met “opnemen”. Tja, brains need oxigen, en dat kreeg ik niet zo zeer deze zondagavond.

Dus ge krijgt dat masker op, ze trekken wat bloed, en komen uw infuus steken. Ge zijt u al aan’t verweren om kalm te blijven want al zou uw piercing het niet laten vermoeden, der zit een naaldenfobie van jewelste in u. En neen, de spanning daalt niet wanneer de lichtelijk afwezige verpleger zegt “Oh dju, ik heb uw bakster nog niet klaargemaakt, verdorie toch” terwijl die naald al gelijk nodig in uw arm zit. Waarna hij u vraagt even te blijven liggen. Had ik energie gehad, ik had hem even een kleine draai rond zijn oren gegeven. Blijven liggen met een astma-aanval, yeah right, laten we stikken!

Om 4u ’s nachts kunt ge eindelijk slapen, en om 6u ’s morgens staat er ineens een klaarwakkere verpleegster in de kamer die het meest helse TL-licht aansteekt. Ze zet het aerosol-masker op uw gezicht en zegt doodleuk “Als het stopt met roken, bel me dan hé”, terwijl je met alle moeite van de wereld probeert je ogen open te doen, en helemaal niet kunt zien of het nu rookt of niet.

Een kwartiertje later is’t gedaan, en ge denkt “ok, nu kan ik weer slapen”. Tot er een verpleegster uw koorts komt nemen een half uurtje later, en nog een andere weer een half uurtje later uw puffer komt brengen.  En nog geen kwartier later staat daar uw ontbijt: 3 boterhammen in de verpakking van een koekje met perensiroop en loads of coffee. Waar is de yoghurt? Waar is het fruit? Waar is het volkoren brood? Waar is het fruitsap of de melk? Waar is alles dat aangeraden wordt bij een ontbijt? Neen, lezertjes, vergis u niet, in een ziekenhuis ontbijt men niet zoals het hoort volgens al die voedsellessen die je kreeg in het lager/middelbaar of zelfs hoger onderwijs voor de voedingsleer-, geneeskunde- of verplegingstudenten onder jullie.

Na het ontbijt denk je: oef, gedaan. My ass, jong, my ass. Komt die dokter binnengevlogen, moet ge daar ineens uw hele medische geschiedenis kunnen opdrammen, om hem dan even later weer te zien buiten vliegen zonder één woord uitleg. “En wat scheelt er nu met mij?” ’t Is een vraag die ik graag gesteld had, maar daar vond ik nu pas, op de derde dag, een gaatje voor. Maar wat hij wel kon zeggen was dat ik veel rust nodig had. Danku dokter, maar dat lukt nog niet zo lekker momenteel.

Daarna denk je wéér: ’t is gedaan, nu kunnen ze niet nog dingen doen. Sleuren ze je uit je bed om het op te maken. En tegen dat je er goed en wel weer in ligt is je middagmaal er al. Om 11u30, jawel. Om 11u30. Wie eet er nu om 11u30…

Middag, je denkt, ok, misschien is’t nu gedaan. Echter, om 13u spuiten ze kweet-niet-wat in je infuus en om 14u staan ze daar wéér met hun loads of afschuwelijke koffie (En thee dan? Wat met de thee?). Op slag stroomt het hier binnen met gepensioneerde vrienden van gepensioneerde patiënten die typisch gepensioneerden heel erg luid praten over dingen waar lekker cliché gepensioneerden over praten. Ik hou van mijn dubbele deuren…

Bon, buiten het af en toe binnenlopen van een verpleegster om uw infuus te checken (want net jij hebt er een dat telkens wilt stoppen met doorlopen), ben je verlost van het heen- en weer- geloop van de medische staf. Maar ja, dan komt je mama, en ja, daar wil je toch mee praten, met wie moet je anders praten? Want je hebt zelf geen gepensioneerde vrienden die zeeën van tijd hebben om langs te komen… En voor je’t weet staat je avondeten er al (om 16u30… 16u30… Da’s een laat 4-uurtje!) en begint de avondroutine.

Om 20u30 is die ongeveer gedaan. Je kijkt nog even tv en tegen 22u ga je in bed want je weet dat er om 6u iemand binnenstormt. Nét je hoofd op je hoofdkussen gelegd, moet je toch nog één keer aan de Aerosol.

En dan heb ik nog niet verteld hoe lang ik over de laatste 5 pagina’s van Paul Auster’s New York Trilogie gedaan heb door dat binnen- en buitengeloop. Gelukkig brengt het magnetische bestek wat entertainment in mijn leven, net als de tripjes naar het toilet, waarbij ik even een dansje rond mijn infuuspaal moet uitvoeren dat het buisje er niet om, en om, en om, en om blijft draaien.

Maar vooral wil ik gewoon naar huis. Héél graag naar huis. Héél, héél, hééééél graag. Dan kan ik rusten zoals Dr Busypants zei.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s